Mijn glas is nog altijd halfvol.

Ik heb mij voorgenomen in deze dagen van mijn verblijf in Altea mijn verhaal te schijven hoe het mij is vergaan vóór en ná parkinson en hoe ik me staande houd. Ik had al enkele verhalen gelezen in Parkinson Magazine en mijn relaas zou volgens mijn parkinsonverpleegkundige mevrouw Klaassen ook een inspirerende positieve impuls kunnen zijn voor mijn lotgenoten.

Ik ben Twan Hendriks, ben inmiddels 69 en ben woonachtig in Tilburg. Tot mijn zestigste liep mijn kunstenaarscarrière op rolletjes, niets was mij te moeilijk en ben ik veel uitdagingen aangegaan. Ik maakte vrij werk in diverse disciplines, opdrachten, privé cursussen en runde een galerie. Daarnaast twee gebouwen gerealiseerd, een woonhuis annex galerie en een atelier. Niets was mij vreemd maar toen, op mijn zestigste, begonnen de eerste scheurtjes in mijn gezondheid te komen. Ik begon moeilijk te lopen en toen werd, naarmate de tijd voortschreed, artrose in de rechterheup geconstateerd. Ik moest een operatie ondergaan voor een gedeeltelijke heup. Tijdens de vooronderzoeken voor de ingreep bleek ik een hartritmestoornis te hebben en na drie jaar van ziekenhuis in en ziekenhuis uit heb ik de tweede operatie ondergaan, een hybride AF ablatie aan mijn hart. Van het resultaat geniet ik nog steeds.

Dankzij mijn sportverleden was ik in no time op de been en tot verbazing van specialist sportte ik al na een maand weer zeer fanatiek. Zo far so good zou je zeggen, nou de eerste maanden wel, maar toen .... toen begon mijn linkerhand zo af en toe te trillen.

Ik schoof dit euvel onder de noemer: nasleep van de narcose, maar na een paar weken ging ik te rade bij mijn huisarts die mij meedeelde dat dat waarschijnlijk een seniele tremor was die meer voorkwam bij mensen op leeftijd. Na ongeveer twee maanden was er geen verbetering te constateren, integendeel het leek erop dat ik geen connectie voelde met mijn linker voet, hoewel ik die gewoon kon bewegen. Ik werd doorgestuurd naar een neuroloog voor nader onderzoek. Na goed en wel in de stoel plaats te hebben genomen zag hij in de info op zijn computerscherm "Parkinson". "Hoezo", reageerde ik en dacht "Ik zit nog maar net, heb mijn eerste zinnen net gezegd en dan dit al".

Op dat moment zag ik alleen maar beelden voor me zoals Mohamed Ali, prins Claus en Michael J. Fox en sloeg volkomen dicht, hoorde en volgde het gesprek maar half. Een geluk dat een vriendin was meegegaan die de juiste vragen stelde en ik me daaraan vast kon klampen. Er werd meteen bij verteld dat het waarschijnlijk een klassieke vorm van parkinson was en ik niet meteen het ergste moest denken. Goed bedoeld maar toch knapte er iets in me, zeker na m'n voorgeschiedenis, wat er al was gebeurd vanaf mijn zestigste jaar. Het eerste wat ik deed was googelen op internet op parkinson om meer info te vergaren en kijken wat ik het beste kon doen. "Breng uw directe omgeving op de hoogte van uw situatie om zo moeilijkheden en misverstanden te voorkomen" en ik heb meteen een mail gestuurd naar mijn dierbaren. Tijdens het schrijven van deze mail, waarin ik veel aandacht besteedde aan de juiste woorden, merkte ik dat ik steeds meer ging relativeren. Het hielp mij bij het verwerken en ik kon alles beter op een rijtje zetten.

Natuurlijk gingen er in de loop van de tijd dingen fout. Het multitasken en lopen ging moeilijker en het trillen links werd erger. Ook rechts begon. Intussen sijpelden de problemen ook door in mijn werk. Ik was altijd al druk met eigen werk, een galerie voor collega-kunstenaars en mijzelf, met daarnaast mijn etscursussen. Werkweken van zeventig tot tachtig uur waren mij niet vreemd. Nu liep alles langzaam terug totdat ik mijn galerie moest opdoeken en het eigen werk maken op een zeer laag pitje stond. Het enige wat nog mondjesmaat ging was het sporten en de cursussen. Twaalf maanden na de sluiting van de galerie besefte ik dat mijn klanten en collega's niets meer van mij hadden gehoord en heb ik ook naar hen een mail gestuurd over de reden van de sluiting van de galerie. De bijzonder fijne reacties op al die mails hebben mij zeker geholpen het een en ander op een positieve manier op een rijtje te krijgen.

Naarmate de tijd verstreek was er een klein positief puntje, het werd duidelijk dat mijn parkinson inderdaad de klassieke vorm was en zich gelukkig langzaam voltrok. Met sporten werd ik nog fanatieker, ook al was ik inmiddels zevenenzestig. Ik ging iedere middag om vijf uur naar de sportschool en daagde mijzelf iedere keer weer uit. Inmiddels had ik mijn galerie omgebouwd tot een nieuw atelier en mijn oude atelier omgebouwd tot mantelzorgwoning. Ik dacht: "Nu ik het nog kan en met hulp van derden, moet ik het nu realiseren, dan ben ik klaar voor de rest van mijn toekomst". Tot mijn verbazing ging alles een betere kant op. Langzaamaan begon ik na zeven jaar weer aan mijn eigenlijke werk "het kunstenaarschap". Het viel me op, dat ik me na het sporten vele malen beter voelde en bedacht ik me dat ik beter 's morgens kon sporten om zo langer plezier te hebben van het goede gevoel. Nu sta ik om zeven uur op en ben ik om negen uur in de sportschool om me in het zweet te werken.

Wonder boven wonder voel ik me vele malen beter dan een jaar geleden en hoef ik niet meer zoveel pillen te slikken. Mijn agenda is weer volgepland met fijne werkzaamheden. Mijn lijfspreuk is geworden "Het glas is halfvol in plaats van halfleeg en mocht het halfleeg worden dan pak ik een kleiner glaasje en giet het daarin over." Ik kan de wereld weer aan en geniet van iedere dag die ik heb. Mijn relatie heet "Parkinson", soms zit het mee, soms tegen, zoals een relatie nu eenmaal is. Wat ben ik toch een goudvinkje, altijd al gezegd en altijd al gevonden.

Twan Hendriks 2017